Waarnemingen

In deze rubriek wordt aandacht besteed aan bijzondere waarnemingen van paddenstoelen in Drenthe. De waarnemingen worden behandeld in chronologische volgorde, te beginnen met de nieuwste meldingen.
Meldingen met datum, vindplaats en details over de standplaats (bijvoorbeeld ‘op rotte stam van spar’) kunnen samen met een goede foto worden doorgegeven aan het mailadres van de PWD: eefarnolds@gmail.com. Dit betekent niet automatisch dat je melding  op de site komt. Daarover beslist de webbeheerder.
Als je in deze rubriek naar een bepaalde paddenstoel wilt zoeken, kun je een (deel van de) naam invoeren in het vakje zoeken in het kopmenu.

17 maart 2020. Lentebekers!
Op 11 maart vond Rita Sikkema in Het Drents-Friese Woud een groep van de Grote voorjaarsbekerzwam (Discina ancilis). Rita schrijft hierover: ‘Op mijn dagelijkse fietsroute fiets ik vaak langs de ruïne van Uilenhorst. Dit keer zou ik richting Diever gaan, maar gelijk na de brug over de Tilgrup stonden deze prachtige zwammen langs het fietspad op een oude stobbe. Dus gelijk in het begin van mijn route heb ik al een dansje gemaakt. Omdat ik de Grote voorjaarsbekerzwam vorig jaar ook had gevonden bij het Groote Veen te Appelscha, dacht ik enigszins te weten wat het was. Dat is door Eef Arnolds op grond van de foto bevestigd. Een fraaie zeldzaamheid dus.’

Grote voorjaarsbekerzwam (Discina ancilis) in het Drents-Friese Wold (Foto Rita Sikkema).

De  Grote voorjaarsbekerzwam is door Rita Sikkema aangetroffen langs de Houtvester Jansenlaan aan de oostkant van de Tilgrup, enkele meters over de provinciegrens met Friesland. In de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe wordt slechts één vondst gemeld uit 2010 in een oude sparrenopstand (het befaamde ‘zwarte-bekerzwammen-bos’) elders in het Drents-Friese Woud. Dat perceel is inmiddels vrijwel helemaal gekapt en de soort is er nooit teruggezien.
Daarna is de Grote voorjaarsbekerzwam op 23 maart 2019 gefotografeerd door Boelie Boelens in de Emmerdennen. Alle vondsten in Drenthe zijn gedaan op deels vermolmde stronken of halfbegraven stammen van Fijnspar op vochtige, tamelijk voedselrijke grond.

Op 14 maart waren in Schepping al twintig jonge Bokaalkluifzwammen te zien op een bekende vindplaats bij een eik aan de rand van een bekalkt grasland op leem. Ze zijn dit jaar extreem vroeg, net als veel andere voorjaarspaddenstoelen. In Drenthe stamt 78% van de waarnemingen uit mei, 18 % uit april, 2% uit augustus en slechts 2% uit maart (n=51) (Arnolds, Chrispijn & Enzlin, Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe 2. 2015).

Bokaalkluifzwam (Helvella acetabulum) in Schepping (Foto Eef Arnolds).

2 maart 2020. Tijd voor mummiekelkjes
De overgang van winter naar voorjaar is de geschikte  tijd om te speuren naar mummiekelkjes (geslacht Ciboria). Het zijn gesteelde, bruine kelkjes van enkele mm tot 1 cm breed die groeien op katjes en zaden van diverse bomen en struiken. De meest bekende soort is het Elzenkatjesmummiekelkje  (Ciboria amentacea) dat meestal groeit op overjarige mannelijke katjes van elzen, soms ook op wilgenkatjes. Froukje Jongbloed stuurde een foto toe van deze soort op het laatste substraat.

Elzenkatjesmummiekelkje  (Ciboria amentacea) op wilgenkatje
(Foto Froukje Jongbloed).

Zij vond in februari ook een heel bijzondere soort: het Hazelmummiekelkje (Ciboria coryli). Deze soort is in Nederland zeer zeldzaam en was pas één keer eerder in Drenthe gevonden, in 2010 door Anneke Palthe in een bossingel bij Anderen (Arnolds, Chrispijn & Enzlin, Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe 3 : 367. 2015).

Froukje schrijft hierover het volgende:

2 en 3 februari 2020 : Het Hazelmummiekelkje in het Kyllotsbos te Smilde
Op zondagmiddag 2 februari  ging ik nog even een wandeling maken door het Kyllotsbos richting Kortewegsbos in Smilde. Vrij laat omdat het de hele dag erg buiig was geweest. In een verbindingsbosje, met hazelaars aan de rand , vond ik het Hazelmummiekelkje. Piepkleine kelkjes van ca. 3 mm breed, bleek bruin van kleur, op een hazelaarkatje. Hier had ik al een aantal jaren vergeefs naar gezocht. Blijkbaar te laat of onder te droge omstandigheden. Vanwege het bewolkte weer en het  late tijdstip was het moeilijk  een goede foto te maken. Dus dan morgen  maar, dacht ik.  Helaas, was dat makkelijker gezegd dan gedaan! Ondanks mijn “markering” waren ze onvindbaar.
Teleurgesteld liep ik weer richting  huis. Bijna thuis kon ik het toch niet laten om nog even op de begraafplaats te kijken. Daar staan tenslotte meerdere hazelaars.  En ja, deze keer viel mijn oog op wel vijf exemplaren. Na veel volharding is het mij dus toch gelukt om het Hazelmummiekelkje voor de lens te krijgen.

Hazelmummiekelkje (Ciboria coryli) (Foto Froukje Jongbloed).

8 februari 2020. Oranje oesterzwam bij de Boerenveensche Plassen
Hero Moorlag & Eef Arnolds

Vanochtend fotografeerde Hero Moorlag uit Hoogeveen in het bos ten noorden van de Boerenveensche Plassen een fraaie groep oranje houtzwammen op een liggende berkenstam. De paddenstoelen werden door hem aanvankelijk bij Waarneming.nl opgegeven als Scherpe schelpzwam. Henk Monster uit Schaarsbergen herkende hem van de foto’s echter als de Oranje oesterzwam, onder andere op grond van de ruwe beharing op de hoeden. Bovendien is de kleur veel helderder oranje dan bij de Scherpe schelpzwam. De vruchtlichamen van de Oranje oesterzwam zijn aanmerkelijk groter en  ongesteeld. Een goed veldkenmerk  is ook de sterke, onaangename geur die aan ouderwets gas of rottende kool doet denken.
De Oranje oesterzwam is niet opgenomen in de Drentse paddenstoelenatlas (Arnolds et al., 2015) omdat de soort destijds nog niet uit Drenthe bekend was. Een reden te meer om hier aandacht aan deze paddenstoel te besteden. Hij wordt pas sinds 2005 uit Nederland wordt gemeld, maar heeft zich razend snel over het land uitgebreid. De Oranje oesterzwam is nu al uit 120 atlasblokken bekend is (www.verspreidingsatlas.nl). Het is dus een succesvolle nieuwkomer, ook in Drenthe (nu 13 atlasblokken). Hero vond hem al een keer eerder, samen met Bart Pijper; op 12 november 2016 op een liggende berkenstam in het Kremboongbos bij Stuifzand.
De Oranje oesterzwam is geen exoot, want hij is uit delen van West- en Midden-Europa al lang bekend. De oorzaak van de snelle expansie is raadselachtig. Klimaatopwarming kan geen rol spelen, want de soort heeft in Europa een overwegend noordelijke en montane verspreiding. Hij is algemeen in Noorwegen, Zweden en Finland, maar geldt (of gold) als zeer zeldzaam in Denemarken waar hij zelfs als bedreigd op de Rode Lijst staat! (Funga nordica, 2012). In Zuidwest-Duitsland is (of was) de Oranje oesterzwam voornamelijk bekend van middelgebergten (400-800 meter) en nauwelijks uit het laagland (Krieglsteiner, Die Grosspilze Baden-Württembergs 3, 2001). Als belangrijkste waardplanten gelden in Scandinavië fijnspar en berk, in Zuidwest-Duitsland fijnspar, gevolgd door den en beuk.

 
Oranje oesterzwam (Phyllotopsis nidulans), links van de Boerenveensche Plassen (2020), rechts van het Kremboongbos (2016) (foto’s Hero Moorlag).

31 januari 2020. Echt judasoor op een ongewone hangplek
Eef Arnolds

Op 31 januari was ik in Schepping bezig met het schoon maken van nestkasten voor het nieuwe broedeizoen. Op een steenuilenkast vond ik tot mijn verbazing twee flinke kluiten vruchtlichamen van Echt judasoor (Auricularia auricula-judae). De uilenkast was vervaardigd van waterbestendige spaanplaat en aan de buitenkant bewerkt met groene buitenverf. Hij was op de plek van de judasoren bijna helemaal vergaan, zodat de vogelwoning (helaas nog steeds wachtend op een steenuil) onbewoonbaar moest worden verklaard. Bij de schoonmaak van vorig jaar was er nog geen paddenstoel of aantasting te zien. Een aanwijzing dat Echt judasoor spaanplaat snel en efficiënt kan afbreken.
Voor zo ver bekend is dit de eerste keer dat Echt judasoor op bewerkt hout is aangetroffen. Vóór 1970 was deze paddenstoel in Nederland een typische soort van de duinen en Zuid-Limburg en in Drenthe een grote zeldzaamheid. Sindsdien heeft hij zich sterk uitgebreid en tegenwoordig is hij ook in Drenthe algemeen. Destijds was Echt judasoor vrijwel beperkt tot oude vlierstruiken. Vlier is nog steeds de belangrijkste waardplant met 87% van de waarnemingen, maar hij is volgens de Drentse paddenstoelenatlas ook bekend van o.a. esdoorn, beuk, eik, brem en wilg (Arnolds et al., 2015). In Zuidwest-Duitsland is slechts 68% van de opgaven afkomstig van vlier. Andere belangrijke waardbomen zijn daar beuk (8%), esdoorn (5%), wilg (3%) en es (3%) (Krieglsteiner, Die Grosspilze Baden-Württembergs 1, 2000).
Het komt achteraf niet helemaal als verrassing dat Echt judasoor op spaanplaat is aangetroffen. De soort wordt, vooral in Oost-Azië, op grote schaal voor consumptie gekweekt op voedingsbodems van zaagsel of op een mengsel van stukjes loofhout en graan (zie bijvoorbeeld de website http://www.mycelia.be). De vruchtlichamen zijn tamelijk elastisch en vrijwel smakeloos, maar er wordt in de traditionele geneeskunde grote geneeskracht aan toegekend (zie bijv. www.out-grow.com).
Ik houd me aanbevolen voor meldingen van andere vondsten van Echt judasoor op afwijkende substraten.

 
Echt judasoor (Auricularia auricula-judae) op een steenuilenkast in Schepping
in Holthe bij Beilen (foto’s Eef Arnolds).

23 Januari 2020. Het Leermostrechtertje in het Steenberger Oosterveld
Jan-Erik Plantinga en Joop Verburg

Het is een grijze maar niet al te koude dag op 23 januari 2020, wanneer we naar het Steenberger Oosterveld fietsen om te kijken of er nog bijzonderheden op het veld te zien zijn. Het Steenberger Oosterveld ligt ten oosten van Zuidwolde en is in beheer bij Stichting Het Drentse Landschap (HDL). Er is regelmatig contact tussen HDL (Harald de Graaff) en onze Natuurvereniging Zuidwolde. Dat maakt dat je met plezier er naar toe gaat om  te kijken hoe de ontwikkeling is en of er iets nieuws of bijzonders te zien is. We gaan het gebied in en we zetten aan de rand van het afgeplagde gedeelte onze fiets neer. We lopen 5 meter het veld in als Jan-Erik stilstaat bij een mosje dat hij niet kent. Opgetogen neemt hij het mee voor onderzoek. Het blijkt de Grijze bisschopsmuts, een zeldzame soort die als kwetsbaar op de rode lijst staat.
Intussen lig ik enthousiast op mijn  knieën, want ik zie een grijzig paddenstoeltje dat op een trechtertje lijkt. Bovendien groeit hij op leermos (Peltigera), een groot korstmos met bladvormige thalli van soms meer dan een decimeter groot. Een ongebruikelijk substraat voor een trechtertje. Dat zou toeval kunnen zijn, maar een meter verderop staan er nog drie en ook die groeien op leermos. Het doet me denken aan het Leermostrechtertje (Omphalina peltigerina) maar die is in heel Nederland heel zeldzaam. Ik maak er foto’s van. Voorzichtig neem ik een exemplaar mee om het te onderzoeken met de microscoop en te tekenen (ik geniet van de prachtige tekeningen van Bernhard de Vries en ik wil dat ook wel eens proberen).
Ter controle stuur ik het naar Eef Arnolds. Die bevestigt de naam. Intussen heeft Jan Erik vastgesteld dat het leermos Soredieus leermos (Peltigera didactyla) is, een algemene soort. Het Leermostrechtertje is voor het eerst in Nederland vastgesteld in 2013 en thans van acht plekken bekend (www.verspreidingsatlas.nl), waarvan vier in de duinen en drie in Drenthe. In onze Drentse paddenstoelenatlas van 2015 wordt de soort alleen van landgoed Hoogveld bij Anderen genoemd, waar hij gevonden is op leermos in een jonge, donkere sparrenaanplant.
We vonden in het Steenberger Oosterveld op de zandige grond nog andere paddenstoeltjes zoals  Klein oranje zandschijfje (Byssonectria aggregata), Somber trechtertje (Omphalina obscurata), Zandkaalkopje (Deconica montana) en wel 100 exemplaren van het Blauwgroen trechtertje (Omphalina chlorocyanea). Op de mest van hooglanders groeiden het Mestborstelbekertje (Cheilymenia stercoria) en een Breeksteeltje (Conocybe spec.) Daarbij waren ook al volop Driehoornmestkevers actief. In de bosrand stond Rankende helmbloem al in bloei!
Kortom ook in januari zijn er buiten genoeg bijzondere dingen te beleven, zeker in het Steenberger Oosterveld.

Leermostrechtertje (Omphalina peltigerina) (foto Joop Verburg).

10 december 2019. Op de valreep een bijzonder mosklokje in Holthe
In deze tijd van het jaar zijn er nog maar weinig paddenstoelen te vinden. Ik was dan ook verrast toen ik vandaag twee kakelverse mosklokjes zag op een ongebruikelijk plek: bovenop een grote zwerfkei in mijn voortuin. De vruchtlichamen groeiden tussen lage mossen, voornamelijk Muursterretje (Tortula muralis). Ze leken sterk op het Groot mosklokje (Galerina clavata), maar daarvan is de hoed doorgaans meer uitgespreid en lichter van kleur. Bovendien groeit die soort vooral in vochtige milieus. Onder de microscoop bleken de sporen veel kleiner en verschillend van vorm te zijn: 8,5-11 x 5,5-7,5 µm, ovaal tot eivormig, nauwelijks ruw en dunwandig. Door de dunne wand waren  veel sporen in mijn preparaat verkreukeld. Zulke sporen zijn kenmerkend voor het Breedsporig mosklokje (Galerina discreta) dat pas in 2009 uit Zwitserland als nieuwe soort is beschreven. De eerste vondst in Nederland werd gemeld in 2013 onder de naam Galerina similis (Rommelaars in Coolia 56: 186-188). Kort daarna bleek echter dat deze soort smallere sporen heeft en alleen te vinden is in het hooggebergte. De juiste naam is Galerina discreta. Op grond van de opvallende sporenvorm werd de Nederlandse naam Breedsporig mosklokje geïntroduceerd (Rommelaars in Coolia 57: 195-196. 2014).
Het is opvallend dat het Breedsporig mosklokje door Rommelaars op 27 november werd aangetroffen op een bemost pannendak in zijn tuin. Wellicht heeft de soort een voorkeur voor stenige substraten en fructificeert hij altijd laat in het jaar. Hij is inmiddels ook aangetroffen bij Ten Post in Groningen en op twee plekken in Utrecht (Verspreidingsatlas.nl). Uit Drenthe was deze soort niet eerder gemeld.

PAD, Galerina discreta, 2019-12-10, Holthe, mos op zwerfkei-1 - kopieBreedsporig mosklokje (Galerina discreta) (foto Eef Arnolds).

11 november 2019. Bepoederde mestfranjehoed
Joop Verburg verzond het volgende bericht over een mooie vondst aan leden van de Paddenstoelengroep van de Natuurvereniging Zuidwolde:
‘Op 22 oktober ging ik samen met Jan Erik Plantinga naar het Steenberger Oosterveld (ten oosten van Zuidwolde en in bezit en beheer bij Stichting Het Drentse Landschap) om naar paddenstoelen te kijken. We vonden daar wat leuke paddenstoeltjes maar geen echte bijzonderheid totdat we op een hoop rundermest een paar kleine franjehoeden zagen staan die ons intrigeerden. Ik heb foto’s gemaakt en ben thuis gaan kijken. Op de hoed zaten veel witte korreltjes. In de Ecologische Atlas van paddenstoelen in Drenthe staat een apart hoofdstuk over soorten die op mest groeien. Daarin stond een tekening van de Bepoederde mestfranjehoed (Psathyrella sphaerocystis) waarbij ik een soort schokje voelde van “dat is ‘m”. Ik had geen materiaal meegenomen, dus de volgende morgen ben ik met kleinzoon Florian teruggegaan en ik heb  uitgelegd waarnaar we moesten zoeken. Gelukkig heeft Florian superscherpe ogen en hij vond de drol terug met de paddenstoeltjes er nog op.  Ik heb de foto’s en het materiaal naar Eef Arnolds gestuurd en die bevestigde dat het inderdaad om die soort ging. Hoe bijzonder dat is, blijkt wel uit wat er over de soort bekend is: wereldwijd uiterst zeldzaam. In Nederland is de eerste vondst gedaan door Eef Arnolds in Orvelte (2001). In Drenthe is een tweede vondst gedaan op  koemest bij het Zwarte gat in Zuidwolde in 2010. In Nederland is maar één andere plek bekend in Noord-Brabant. Nu dus opnieuw een vondst bij Zuidwolde en weer op mest van Schotse hooglanders die in het Steenberger Oosterveld grazen.’

PAD, Psathyrella sphaerocystis, 2019-10-22, Steenbergeroosterveld, mest, foto J. Verburg
Bepoederde mestfranjehoed (Psathyrella sphaerocystis) (foto Joop Verburg).

Aanvulling van Eef Arnolds:
Zoals vaker het geval is met zeldzaamheden werd de Bepoederde mestfranjehoed in dezelfde periode op een andere plek gevonden, nota bene op precies dezelfde dag: 22 oktober! Hij werd door mij verzameld op het Witterveld bij Assen, eveneens op mest van runderen in een heidegebied. Op onderstaande foto is hij afgebeeld met rechts daarvan een vruchtlichaam van het Donzig breeksteeltje (Conocybe pubescens) op eenzelfde koeienplak. Daaraan is goed te zien hoe klein de Bepoederde mestfranjehoed is.

PAD, Psathyrella sphaerocystis, 2019-10-23, Assen, Witterveld, koemest, met Con. pubescens - kopie
Bepoederde mestfranjehoed (Psathyrella sphaerocystis, rechts) en Donzig breeksteeltje (Conocybe pubescens, links) (foto Eef Arnolds).

8 november 2019. De Scherpe ridderzwam duikt na een halve eeuw weer op in Drenthe!
De Scherpe ridderzwam (Tricholoma virgatum) is een opvallende. middelgrote paddenstoel met een zilvergrijze, fijn gestreepte hoed, voorzien van een spitse papil. De smaak is scherp achter op de tong. De Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe meldt twee oude vondsten van de Hondsrug: in 1966 bij Eext en in 1967 bij Annen. Vandaag vond Eef Arnolds één vruchtlichaam onder berken in de mosrijke berm van  een steenslagweg langs het Witterveld ten zuiden van Assen.
In overeenstemming met veel buitenlandse auteurs wordt de Scherpe ridderzwam in genoemde atlas behandeld in het hoofdstuk over paddenstoelen in naaldbossen. Hij vormt voornamelijk mycorrhiza met spar, minder vaak met den, op zure, voedselarme grond. Volgens de ridderzwammenmonografie van Christensen en Heilmann-Clausen (2013) groeit hij evenwel soms ook in verbinding met berken, zoals hier het geval is.
In Nederland was deze paddenstoel rond 1950 niet zeldzaam. Door vermesting en verzuring is hij bijna verdwenen. De Scherpe ridderzwam staat dan ook als ernstig bedreigd op de Rode Lijst. In deze eeuw is slechts één andere waarneming uit ons land bekend, uit het Loobosch bij Harskamp op de Veluwe.

PAD, Tricholoma virgatum, 2019-11-08, Witterveld, berm steenslagweg onder berk-1 - kopie

Scherpe ridderzwam (Tricholoma virgatum) bij het Witterveld (foto Eef Arnolds).

7 november 2019. Siamese tweeling
In het kader van onze serie ‘raar zwammengespuis’ stuurde Hendrica Vooijs onderstaande fraaie foto op, vandaag gemaakt in een sparrenbos in Boswachterij Grolloo. In dit geval kost herkenning geen moeite: Het is de Grote stinkzwam (Phallus impudicus). Maar wel een bijzondere afwijking: twee hoeden die met een gemeenschappelijke steel uit één duivelsei tevoorschijn komen. Met recht een duivelse, eeneiïge, Siamese tweeling!

2019-11-12, van Lefeber, Phallus impudicus, eeneiige tweeling - kopieGrote stinkzwam (Phallus impudicus), afwijkende vorm (foto Hendrica Vooijs).

7 november 2019. Mysteriezwam nummer drie.
Eerder zijn op deze website foto’s geplaatste van zeer afwijkende vruchtlichamen van de Groene anijszwam (Clitocybe odora) op 23 september en van vermoedelijk de Vaaggegordelde gordijnzwam (Cortinarius anomalus) op 27 oktober. Dit vermoeden is onlangs bevestigd door microscopisch onderzoek van gedroogd materiaal van de op de foto afgebeelde morchelloïde vorm en van een nabije, normaal gevormde paddenstoel. Beide exemplaren bleken druk bezet te zijn met de kenmerkende sporen van de Vaaggegordelde gordijnzwam. De morchelloïde is dus kennelijk in staat om normale sporen te produceren op zeer afwijkende ‘lamellen’.

Van Bert en Anke Weeber ontving ik onlangs onderstaande foto van een vreemdsoortige paddenstoel van 2-3 cm hoog, gevonden op een sparrenstam in het Vijlenerbos (Limburg). Een waar kunstwerkje van moeder natuur! Het lijkt opnieuw te gaan om sterk afwijkende vruchtlichamen, in dit geval wellicht van een buisjeszwam. Suggesties voor een naam voor deze zwam zijn welkom.

PAD, Gloeophyllum monstruositeit, 2019-10-07, op stam spar, Vijlenerbos, foto A. Weeber
Mysteriezwam nummer drie (foto Anke Weeber).

27 oktober 2019. Nog een mysteriezwam
Vandaag fotografeerden Bertine Hendriks en Ben van As onderstaande vreemde zwam in het Mensingebos bij Roden. Het betreft hier opnieuw een bizarre misvorming van een plaatjeszwam, waardoor het vruchtlichaam op een morielje gaat lijken. Vergelijk de bijdrage aan deze rubriek van 23 september. Bertine vermoed dat het gaat om een misvorming van de Vaaggegordelde gordijnzwam (Cortinarius anomalus). Mogelijk kan microscopisch onderzoek van het gedroogde materiaal dat bevestigen. Dat moet nog plaatsvinden.
Zie ook het vervolg op 7 november.

PAD, Cortinarius anomalus, morchelloid, 2019-10, Roden, foto B. Hendriks-2

Morchelloïde vorm van de Vaaggegordelde gordijnzwam (Cortinarius anomalus) (foto Bertine Hendriks).

22 oktober 2019. Snoepjes in het gras
Bij toeval ontdekte ik vandaag in een niet voor publiek toegankelijk terrein in de omgeving van Assen een tot nu toe onbekend, klein, maar fraai stukje heischraal grasland vol graslandpaddenstoelen. Er groeiden honderden wasplaten in diverse soorten, waaronder veel Puntmustwasplaten (Hygrocybe acutoconica), maar ook de Duinwasplaat (H. conicoides). Deze soort was tot nu toe alleen uit de kustduinen bekend. Nieuw voor Drenthe is ook de Molenaarsatijnzwam (Entoloma prunuloides), een karakteristieke soort van graslanden op droge, kalkhoudende grond. Van de vele satijnzwammen noem ik verder drie zeldzame staalsteeltjes: Somber staalsteeltje (E. poliopus var. parvisporigerum), Olijfgroene zwartsneesatijnzwam (E. querquedula) en Zwartblauwe satijnzwam (E. atrocoeruleum).
De mooiste vondst was echter een tot 4 cm hoge, helderroze gekleurde knotszwam die in een paar groepjes tussen het korte gras stonden. Het blijkt te gaan om Clavaria rosea, een soort die in Nederland nog nooit is vastgesteld en daarom nog geen Nederlandse naam heeft. ‘Roze knotszwam’ ligt voor de hand. Ook in ons omringende landen is dit opvallende paddenstoeltje zeer zeldzaam. Zozeer zelfs dat Clavaria rosea als een van de weinige soorten is voorgedragen als kandidaat voor de internationale Rode Lijst van paddenstoelen die vastgesteld wordt door de International Union for Conservation of Nature (IUCN)!
In verband met de kwetsbaarheid en eigendomssituatie van dit graslandje maken we de exacte plek vooralsnog niet bekend.

IMG_3539 - kopie

Clavaria rosea (foto Eef Arnolds).

22 oktober 2019. Weer een groene parasol erbij!
Ons werkgroeplid Boelie Boelens uit Klazienaveen meldt de vondst op 20 oktober van de Groenschubbige parasolzwam (Lepiota grangei) in het bos bij het Boekweitenveentje bij Gieten. Hij groeide daar in voedselrijk loofbos samen met o.a. Kastanjeparasolzwam (L. castanea), Spitsschubbige parasolzwam (L. aspera) en Groene knolamaniet (Amanita phalloides), allemaal paddenstoelen van kalkhoudende, humeuze grond. Hiermee is Drenthe weer een parasolzwam rijker. De Groenschubbige parasolzwam is een karakteristieke soort met donkergroene tot heldergroene schubjes op hoed en steel die op den duur bruin verkleuren. De lichte delen van het vruchtlichamen verkleuren geleidelijk oranje of roodachtig, zoals op de foto goed is te zien. De Groenschubbige parasolzwam kan eventueel verward worden met de Grijsgroene parasolzwam (L. griseovirens) die onlangs ook in Drenthe opdook (zie waarnemingen van 1 oktober). In twijfelgevallen biedt microscopisch onderzoek uitkomst. De haren in de schubjes van de Grijsgroene parasolzwam zijn zonder dwarswandjes, die van de Groenschubbige parasolzwam hebben diverse dwarswandjes. Dat was ook het geval in gedroogd materiaal van het Boekweitenveentje.
Opvallend is de grote rijkdom aan parasolzwammen in zowel Boekweitenveentje als Schepping (zie 1 oktober). Beide terreinen behoren landelijk tot de mycologische kroonjuwelen en in beide gebieden is kalkrijk puin in de bodem aanwezig.

PAD, Lepiota gangrei, 2019-10-20, Boekweitveentje, foto B. Boelens-2aGroenschubbige parasolzwam (Lepiota grangei) (foto Boelie Boelens).

1 oktober 2019. Zeventien parasolzwammen in Schepping!
In Drenthe zijn slechts enkele parasolzwammen wijd verbreid. De meeste soorten zijn kalkminnend en daardoor in deze provincie schaars. Ze worden hier voornamelijk aangetroffen langs schelpenpaden.
Eef Arnolds heeft zijn natuurterrein Schepping de afgelopen dagen op paddenstoelen geïnventariseerd. Meer dan tweehonderd soorten werden genoteerd, waaronder 16 soorten parasolzwammen , een ongekend aantal voor Drenthe. Ook voor kalkrijke delen van Nederland, zoals Zuid-Limburg en de duinstreek, is dit een respectabel aantal. Eerder werden in Schepping nooit meer dan zeven parasolzwammen waargenomen. Op de oorzaken van deze rijkdom wordt nader ingegaan in een volgende aflevering van ons blad Cantharellus.
Onder de gevonden soorten zijn er drie nieuw voor Drenthe: de Grijsgroene parasolzwam (Lepiota griseovirens), de Viltparasolzwam (L. tomentella) en de minuscule, onopvallende Kale parasolzwam (L. rufipes). Ze worden hier met foto’s aan jullie voorgesteld.

P1150811 - kopie  IMG_3201 - kopie  P1150813 - kopie
Grijsgroene parasolzwam (Lepiota griseovirens), Viltparasolzwam (L. tomentella) en Kale parasolzwam (L. rufipes) (foto’s Eef Arnolds).

23 september 2019. Mysteriezwam ontraadseld.
Wat is dit in vredesnaam? Bekijk de foto’s en vorm je een mening. Het is een fors geval. Elk vakje in de tweede foto is een vierkante centimeter.

PAD, Clitocybe odora, morchelloid,13-9-2019, Kamp Westerbork-1 - kopie  pad-clitocybe-odora-morchelloid13-9-2019-kamp-westerbork-3.jpg

Groene anijszwam (Clitocybe odora), morchelloide vorm (foto’s Rita Sikkema).

Deze vreemde zwam, wel wat lijkend op een morielje, werd op 12 september gevonden door Tineke Drenthen onder beuken bij het bezoekerscentrum van Kamp Westerbork. Op paddenstoelenfora wist niemand er raad mee. Via Rita Sikkema kwamen de foto’s bij mij terecht, tien dagen later ook het inmiddels half verdroogde materiaal. De microscoop wees uit dat het ging om een steeltjeszwam (basidiomyceet), niet om een zakjeszwam (ascomyceet), waartoe de Morieljes behoren.
Volgens de waarnemers rook de zwam in verse toestand sterk naar anijs. Bij navraag bleken in de directe omgeving een paar Groene anijszwammen (Clitocybe odora) te groeien. Zie de foto hieronder. Het gaat bij de mysteriezwam dan ook om een zogeheten morchelloïde vorm van deze soort. Zulke monstruositeiten zijn eerder bij diverse andere trechterzwammen (Clitocybe) aangetroffen, o.a. bij de Nevelzwam (C. nebularis). Ze zijn zeer zeldzaam en de oorzaak van de misvorming is onbekend. In de komende aflevering van ons blad Cantharellus zullen we wat verder ingaan op deze bijzondere vondst.

6 augustus 2019. Oranje sparrenhoutzwam
Dit voorjaar heeft Rob Chrispijn in het Drents-Friese Woud een opvallende, oranje gekleurde buisjeszwam gevonden die nieuw bleek te zijn voor Nederland. Naar aanleiding hiervan plaatste hij onlangs onderstaand natuurbericht.

Natuurbericht 2 augustus 2019
De ‘Oranje sparrenhoutzwam’, nieuw voor Nederland
Tijdens een bezoek afgelopen voorjaar aan een sparrenbos in het Drents-Friese Wold werd op een dode stam een feloranje houtzwam ontdekt. Dit bleek Pycnoporellus fulgens te zijn, nog zonder officiële Nederlandse naam omdat hij niet eerder in ons land is waargenomen. Het is een soort van oude sparrenbossen die in de ons omringende landen zeldzaam is en door sommige mycologen wordt beschouwd als een ‘oerwoudsoort’ ofwel een zwam die voornamelijk groeit in weinig aangetaste bossen.
Dit voorjaar was er enige commotie over de massale kap in natuurgebieden. Daar werd vreemd tegenaan gekeken omdat volgens het klimaatakkoord juist meer bos zou moeten worden aangeplant. Ook in Drenthe is de laatste tien jaar veel naaldbos gekapt. Een journalist van De Volkskrant wilde dat graag met eigen ogen zien. Rob Chrispijn, bestuurslid van de Drentse Paddenstoelen Werkgroep (PWD) leidde de verslaggever rond in Nationaal Park het Drents-Friese Wold.
Terwijl ze over een wirwar van dode sparrenstammen klauterden, zag Chrispijn een dieporanje houtzwam die op een van de omgewaaide sparren groeide. Ze waren sterk verdroogd en zagen er niet echt mooi meer uit. Hij meende echter deze soort een keer in Siberië gezien te hebben. Dus stopte hij er een paar in zijn zak en vergat ze daarna compleet. Pas toen een vergadering van de PWD zich aandiende, herinnerde hij zich die zwam weer. Een kenner die de zwam bekeek, bevestigde zijn vermoeden: het ging om Pycnoporellus fulgens. Nog zonder Nederlandse naam, want niet eerder in ons land aangetroffen.
Deze soort wordt gekenmerkt door de geheel oranje vruchtlichamen van hoogstens 10 cm breed. Bij de vondst in het DFW waren alleen de 1 tot 3 mm grote poriën fel oranje. De bovenkant was bruinig. Waarschijnlijk een gevolg van ouderdom. Deze zwam is namelijk eenjarig en verschijnt al in augustus of september. Ze zijn nogal vergankelijk, maar voordat ze konden vergaan, werden ze als gevolg van het droge voorjaar van 2019 door uitdroging geconserveerd.
Hij groeit op dode, staande en liggende stammen van Fijnspar, Zilverspar en soms Beuk. Een goed kenmerk van deze zwam is de sterke donkerrood verkleuring met een druppel KOH. Bij de vondst in het Drents Friese Wold kleurden de poriën zo donkerrood dat het op geronnen bloed leek.
Pycnoporellus heeft een wijde, noordelijke verbreiding In Europa, Azië en Noord-Amerika. In het Zwarte Woud in Zuid-Duitsland is het een zeldzame, submontane soort, die meestal voorkomt tussen de 400 en 800 meter. Ook in Zweden is deze soort zeldzaam en daar wordt hij beschouwd als een oerwoudindicator. Hij ontbreekt daar namelijk in naaldboomakkers en groeit uitsluitend in naaldbossen die lang met rust zijn gelaten, waardoor er veel groot dood hout aanwezig is. In België is Pycnoporellus alleen bekend van de Ardennen, niet uit Vlaanderen. Hij is evenmin bekend uit Niedersachsen, de Duitse deelstaat die grenst aan Noord-Nederland.
Het is heel opmerkelijk dat deze opvallende paddenstoel van naaldbossen in Noord-Europa en Midden-Europese gebergten opeens in het Nederlandse laagland opduikt, ver van alle bekende vindplaatsen. Dit bevestigt eens te meer hoezeer de prachtige, oude sparrenopstanden in Drenthe nu gelijkenis vertonen met natuurlijke Scandinavische bossen. De vestiging in Drenthe past wel enigszins in een door de Duitse mycoloog Krieglsteiner beschreven trend waarbij de soort zich langzaam naar het westen uitbreidt. Misschien is de vindplaats in het Drents-Friese Wold wel de voorbode van een verdere verspreiding in ons land.
Ecologisch gezien is Pycnoporellus een interessante zwam. In dood sparrenhout veroorzaakt hij bruinrot, bestaande uit vierkante blokjes bruinrood hout dat gemakkelijk verpulvert. Hij groeit echter vrijwel steeds op hout dat eerst is aangetast door de Roodgerande houtzwam. Kennelijk leeft hij van het door die soort ‘voorverteerde’ hout (Nitare, 2019). Vaak groeien de vruchtlichamen van beide soorten vlak bij elkaar op een stam, zoals op een van de foto’s te zien is.
Als Nederlandse naam stellen we voor: Oranje sparrenhoutzwam, vanwege de opvallende kleur en het voorkomen op spar.

collectie-pycnoporellus-fulgens-dfw-vlak-bij-oorspronkelijke-vindplaats.jpg

Collectie van Pycnoporellus fulgens in het Drents-Friese Woud, vlak bij de oorspronkelijke vindplaats (foto Rob Chrispijn).

PAD, Pycnoporellus fulgens, 2018-10-01, France, Morvan, Arleuf, dode Picea met Fomitopsis-1

Oranje sparrenhoutzwam’ (Pycnoporellus fulgens) samen met de Roodgerande houtzwam (Fomitopsis pinicola) op een spar in de Morvan, Frankrijk (foto Eef Arnolds).


19 juli 2019. Purperen vlamhoed op houtsnippers
Rita Sikkema, lid van de Friese paddenstoelenwerkgroep, vond op 17 juli een haar onbekende plaatjeszwam op een grote hoop houtsnippers bij Appelscha. De paddenstoelen groeiden in bundels en hadden een hoed bezet met purperen vezelschubjes, contrasterend met de goudgele plaatjes aan de onderzijde. Vermoed werd dat het ging om een soort vlamhoed (Gymnopilus). Via Gosse Haga belanden foto’s van deze paddenstoel bij Eef Arnolds. Hij bestudeerde vers materiaal en determineerde hem na microscopisch onderzoek als Gymnopilus dilepis. Hij heeft nog geen Nederlandse naam.
Deze soort is pas vorig jaar in ons land voor het eerst aangetroffen, op 1 september 2018 bij Staverden, eveneens op een hoop houtsnippers. Aan deze vondst is een natuurbericht gewijd (https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=246560).
In de komende nieuwsbrief van de PWD (augustus 2019) zal meer aandacht worden besteed aan deze spectaculaire vondst.

Gymnopilus dilepis, links van boven, rechts van onderen (foto’s Rita Sikkema).

11 juli 2019. Vroege wasplaten in Schepping
Ondanks de grote droogte vond Eef Arnolds tientallen exemplaren van het fraaie Veenmosvuurzwammetje (Hygrocybe coccineocrenata) op een lemige oever langs een van de plassen in Schepping, Holthe (km 233-540), op de foto in gezelschap van het zeldzame Dwergvlas.

P1140291 - kopie

Veenmosvuurzwammetje (Hygrocybe coccineocrenata)      (foto Eef Arnolds).

Ook de eerste Puntmutswasplaat (Hygrocybe acutoconica) verscheen aldaar in een vochtig stukje bekalkt grasland, waar hij al twaalf jaar iedere zomer tevoorschijn komt.

P1140304 - kopie

Puntmutswasplaat (Hygrocybe acutoconica) (foto Eef Arnolds).