29 september 2025. Een mooi koraaltje in een rotstuin
Joop Smittenberg & Eef Arnolds
Joop Smittenberg, voormalig ecoloog bij de provincie Drenthe en eigenaar van een grote, gevarieerde natuurtuin in Assen-zuid, stuurde mij op 29 september het volgende mailtje. ‘Bij de knip en wied actie in onze rotstuin hebben we weer een kleine verrassing gevonden. Een paars paddenstoeltje dat lijkt op een koraalzwammetje, maar niet groter is dan 1 à 1,5 cm. Kan jij daar een naam van vinden?‘

Het antwoord op die vraag was niet zo moeilijk, want er is maar één soort die aan deze omschrijving voldoet: het Lila koraaltje (Ramariopsis pulchella). Het is een karakteristiek paddenstoeltje van onbemeste, soortenrijke graslanden op kalkrijke leem- en kleigrond, waar het vaak schuil gaat onder een dichte vegetatie. Dat was ook hier het geval. Aan de foto van de pas geknipte standplaats is goed te zien hoe tenger het paddenstoeltje in werkelijkheid is. Vlakbij de wijzende vinger staat één vruchtlichaam, op de kaal geknipte plek staan er nog drie. Joop deelde mee dat er in de rotstuin inderdaad wat poederkalk is uitgestrooid.

Het Lila koraaltje is in Nederland een zeldzame soort die vrijwel beperkt is tot schrale graslanden op krijthellingen in Zuid-Limburg en op rivierklei in het rivierengebied, met enkele vondsten in de kalkrijke duinen (www.verspreidingsatlas.nl). De vondst in Assen is de eerste in Noordoost-Nederland.
19 september 2025. Mestnestzwammetjes in een volkstuin
Joop Verburg
Op 19 september 2025 vond ik in een van volkstuinen aan de westzijde van Zuidwolde, honderden nestzwammetjes. Ze groeiden daar massaal op paden die voorzien waren van houtsnippers. De vruchtlichamen waren kleiner dan van de Gestreepte netzwammetjes (Cyathus striatus) in mijn eigen volkstuin. Bovendien was de binnenkant van de ‘nestjes’ niet gestreept en zag ik ook bij juist opengaande vruchtlichaampjes lensvormige peridiolen (eitjes) die glanzend zwart waren. De diameter van deze peridiolen was ca 1.8 mm en het aantal varieerde van 5 tot 8 per vruchtlichaam. Bij microscopisch onderzoek kon ik moeilijk sporen vinden, maar de sporen die ik vond waren erg licht van kleur en maten ongeveer 11,5 x 9 µm. Al die eigenschappen wezen op het Mestnestzwammetje (Cyathus stercoreus), een soort die ontbreekt in de atlas van Drenthe. Bijzonder leuk om zo’n soort te vinden!

Eef verschafte nog wat extra informatie over dit paddenstoeltje. Hij had het Mestnestzwammetje slechts één maal gezien, in 1993 in een heel andere habitat: aan de voet van pollen van Helm in de buitenduinen van Schiermonnikoog. Toen gold de soort in Nederland als zeer zeldzaam. Inmiddels is gebleken dat de soort in Nederland zijn optimum heeft in Helmvegetaties en dat hij in vrijwel de hele duinstreek voorkomt, van Walcheren tot op Rottumerplaat. Het is niet duidelijk of het hier gaat om een reële toename of dat het een gevolg is van het tegenwoordig veel intensievere onderzoek aan paddenstoelen in zeeduinen, onder meer in het kader van het meetnet zeeduinpaddenstoelen.

In het binnenland is het Mestnestzwammetje ook toegenomen maar nog altijd zeldzaam (www.verspreidingsatlas.nl). Er staan op de verspreidingskaart twee stippen in Drenthe, bij Havelte en bij Peize, beide uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Deze vondsten waren blijkbaar indertijd bij de auteurs van de Ecologische Atlas van Drenthe niet bekend.
In het binnenland groeit het Mestnestzwammetje vooral of uitsluitend op houtsnippers, vaak gemengd met compost. Het is de vraag of deze soort in ons land ooit op mest gevonden is, hetgeen het normale substraat zou zijn volgens de wetenschappelijke en Nederlandse namen.

1 september 2025. Een oude satijnzwam blijkt nieuw voor Nederland
Eef Arnolds
Op 29 september 2019 zag ik langs een oprijlaantje naar een huis in de buurtschap Zwartschaap bij Stuifzand een paddenstoeltje met een kegelvormige, grijsbruine hoed van twee centimeter breed. Zo gaan er dertien in een dozijn. Toch maar even bukken om het ding wat beter te bekijken. De aangehechte, roze lamellen wezen op een vertegenwoordiger van het gigantische geslacht Satijnzwam (Entoloma), en wel van het ondergeslacht Nolanea met tengere, mycena-achtige vruchtlichamen. Nog steeds dertien in een dozijn.
Toen ik het enige vruchtlichaam tussen Vogelmuur en Grote brandnetel uit de zwarte tuingrond peuterde, viel me op dat de grijsbruine, wit gestreeptesteel van 4,5 centimeter puntig toeliep en voor ongeveer een kwart in de grond wortelde. Dat kon toeval zijn, maar ik had het bij satijnzwammen niet eerder gezien. Dus nam ik het paddenstoeltje mee naar huis om het te beschrijven en te drogen.

Ik snuffelde in diverse standaardwerken over satijnzwammen. Dankzij de uitgebreide studies door Chiel Noordeloos is deze groep in Europa relatief goed bekend. Ik kon daarin echter geen passende naam vinden, zodat de paddenstoel onder de voorlopige naam ‘Entoloma radicosum‘ in mijn collectie belandde. Onlangs besloot ik om nog een poging tot determinatie te wagen met de nieuwste monografie uit 2022 door Chiel Noordeloos en collega’s in de serie Fungi Europaei (Entoloma s.l. Flora agaricina neerlandica, vol. 1, supplement. Ed. Candusso). Daarmee kwam ik zonder al te veel moeite uit op Entoloma pallideradicatum, een naam die verwijst naar de bleke (‘pallide’), wortelende steel (‘radicatum’). Die soort is beschreven door Noordeloos en Hausknecht in 1999 van een droog grasland langs de Sonndorferstrasse in Maissau, Oostenrijk. Ook al zo’n dorpse omgeving. Sedertdien was deze soort niet opnieuw gerapporteerd.

Voor zover bekend is de vondst van Entoloma pallideradicata bij Stuifzand dus de eerste in Nederland en de tweede ter wereld. Als Nederlandse naam ligt ‘Wortelende satijnzwam’ voor de hand.
27 augustus 2025. Een andere opmerkelijke parasolzwam op houtsnippers: De Dikvoetplooiparasol
Hendrica Vooijs
Op 27 augustus bezocht ik de grote hoop houtsnippers in het Kleuvenveen bij Anderen die ik daar vorig jaar juni ontdekt heb. De hoop is zo’ n 10 meter bij 4 meter groot en in het midden mans (vrouws) hoog. Je kunt er helemaal omheen lopen en ernaast liggen nog twee kleinere hoopjes. Ze liggen op een open plek in het bos, zodat de zon er makkelijk bij kan komen.

In 2024 had ik op de grote bult voornamelijk tientallen Hazenpootjes (Coprinopsis lagopus) gezien in september en heel veel Geaderde Leemhoed (Agrocybe rivulosa) in november. Op de ene kleinere hoop stond veel Blauwplaatstropharia (Stropharia rugososannulata) in drie vluchten (eind juni, begin oktober en begin november). Op de andere kleine bult groeiden honderden Blauwwordende Kaalkopjes (Psilocybe cyanescens (2x gezien in dat jaar, waarvan 1x in november).

Dit jaar was ik er begin maart en toen groeiden er al honderden Geaderde Leemhoeden. In juli was ik er weer. Toen trof ik een veel kleinere (grote) bult snippers aan en het bultje van de Blauwplaatstropharia was geheel verdwenen. Balen! Wel vond ik er een stuk of tien parasolzwammetjes. Dat was nog maar een pril begin. Op 27 augustus stonden er veel meer. Sommige leken solitair te staan, maar andere exemplaren vormden duidelijk het begin van een bundel. Het bleek de zeldzame Dikvoetplooiparasol (Leucocoprinus cepistipes) te zijn. Deze soort is gekenmerkt door de witte, fijn beschubde hoeden van 3 tot 6 centimeter met een glad bleekbruin centrum. De Dikvoetplooiparasol is nog niet opgenomen in de Ecologische Atlas van Drentse paddenstoelen (Arnolds et al., 2015), maar in de Verspreidingsatlas worden twee stippen aangegeven, bij Peize en bij Havelte.
Uiteraard was ik heel blij met deze vondst.

17 augustus 2025. De Gebundelde champignonparasol, een fraaie parasolzwam op houtsnippers
Tina Dekker
Toen ik op 17 augustus door Buinerveen kwam, zag ik vanaf de fiets groepen grote paddenstoelen op een gestorte bult zwarte grond. Die hoop bleek te bestaan uit verterende houtsnippers gemengd met aarde en lag op een overhoekje te midden van akkers.

De paddenstoelen groeiden in bundels en hadden op de hoed met een fraai patroon van roodbruine schubjes. De forse steel was getooid met een vliezige ring die op den duur donkerbruin verkleurde. Toen ik daar de volgende dag passeerde, waren de vruchtlichamen al wat gekrompen en gerimpeld door de droogte.

Op grond van het forse formaat van de paddenstoelen en het grote aantal lamellen gaat het om de Gebundelde champignonparasol (Leucoagaricus americanus), in ons land een zeldzame soort op hopen broeiend organisch materiaal, zoals compost en houtsnippers. Hij wordt nog niet gemeld in de Ecologische Atlas van Drentse paddenstoelen (Arnolds et al., 2015), maar op de kaart in de Verspreidingsatlas wordt één vondst van na 2015 aangegeven bij Hooghalen.

In september stond de snipperbult bij Buinerveen vol met Gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea).
22 juli 2025. Kleine beurszwam en Somber staalsteeltje in Schepping
Eef Arnolds
Na een super droog voorjaar leek het in juni ook een gortdroge zomer te worden, maar sinds twee weken weten depressies met buien ons land weer te bereiken. De regen, in combinatie met zomerse temperaturen, heeft de eerste paddenstoelen tevoorschijn getoverd. In het bekalkte grasland van Schepping staan al honderden puntmutswasplaten (Hygrocybe acutoconica) te pronken.
Ook de eerste satijnzwammen laten zich nu zien, en wel in de gedaante van het Somber staalsteeltje (Entoloma poliopus). Het is een prachtig paddenstoeltje met een donkerbruine, geschubde, diep gestreepte hoed, aanvankelijk bleekroze lamellen en een donkerblauwe steel. De microscoop moet bij de determinatie echter de doorslag geven. Kenmerkend voor deze soort is een steriele lamelsnede, bezet met kleurloze, smal knotsvormige cystiden. Het Somber staalsteeltje is eveneens kenmerkend voor graslanden op kalkrijke bodems. In Drenthe is dit staalsteeltje erg zeldzaam. Onze atlas noemt drie vindplaatsen. Ik had hem niet eerder in Schepping aangetroffen.

Op een gemaaid pad door een bekalkt stukje hooiland zag ik een paar paddenstoeltjes met spierwitte hoedjes van één tot drie centimeter. Gezien de combinatie van roze, vrijstaande lamellen en resten van een beurs aan de steelbasis ging het om een Beurszwam (Volvariella). Naast de welbekende Gewone beurszwam (V. gloiocephala) met forse vruchtlichamen omvat dit geslacht enkele kleinere soorten. Op grond van de onbehaarde steel en de sporen van 5,5-7 x 4-4,5 µm gaat het hier om de Kleine beurszwam (V. pusilla), ook al een liefhebber van kalkrijke, basische standplaatsen en een grote zeldzaamheid in Drenthe. Deze soort is echter niet gebonden aan graslanden, maar wordt tevens op humusrijke grond in tuinen en loofbossen aangetroffen.

Wat mij betreft een prima ouverture van dit paddenstoelenseizoen!
11 juni 2025. Heteromyces virescens, een schimmel op Aziatisch lieveheerbeestje
Joop Verburg
Ik fotografeerde onlangs een Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis), een van oorsprong Aziatische soort die in Zuid-Europa in de tuinbouw werd gebruikt voor de bestrijding van bladluizen. De soort heeft zich van daar snel over Europa verspreid en werd in 2002 voor het eerst in Nederland gesignaleerd. Nu is het Aziatisch lieveheersbeestje in het hele land zeer algemeen. Gevreesd wordt dat deze soort inheemse lieveheersbeestjes kan verdringen (Cuppen et al., 2004).

Tijdens het fotograferen viel me op dat er wat gele “franje” op het achterlijf zat. Ik herinnerde mij een artikel met een dergelijke foto in Entomologische Berichten en enig zoeken leverde op dat het gaat om een schimmel uit het geslacht Hesperomyces. Ik heb hem niet meegenomen om microscopisch te bekijken: dom … Althans, dat dacht ik. Het blijkt dat deze schimmel behoort tot de Laboulbeniales, een orde van de ascomyceten. Deze schimmels zijn zeer klein, tot maximaal een millimeter hoog, en ze leven obligaat parasitisch op de buitenkant van insecten, vooral op kevers. In tegenstelling tot andere schimmels vormen ze geen mycelium maar alleen minuscule vruchtlichaampjes. De meeste soorten zijn in hoge mate soortspecifiek en zelfs beperkt tot bepaalde lichaamsdelen van hun gastheren, bijvoorbeeld de voelsprieten. Ze doden hun gastheer in het algemeen niet want zij kunnen zich alleen verspreiden via de activiteiten van de levende gastheer, zoals poetsen en copulatie. Het is een fenomeen dat ik nooit eerder tegenkwam, maar ik vond het wel fascinerend.

De systematiek van Laboulbeniales is werk voor specialisten. In Nederland is er weinig aandacht voor deze groep geweest. Mede daardoor ontbreken ze in de Standaardlijst van Nederlandse paddenstoelen (Arnolds & Van den Berg, 2013). Pas in de jaren 1940 en 1950 publiceerde A.M. Middelhoek over deze schimmels. Hij beschreef 26 soorten voor ons land. Sinds 2010 heeft Danny Haelewaters de draad weer opgepakt. Door zijn toedoen zijn inmiddels 80 soorten Laboulbeniales uit Nederland bekend (Haelewaters & De Kesel, 2017). Dat is maar een klein deel van de 2100 beschreven soorten. Naar schatting zijn er wereldwijd 15.000 tot 75.000 soorten! Zeven soorten, in de geslachten Hesperomyces en Laboulbenia, hebben lieveheersbeestjes (Coleoptera, Coccinellidae) als gastheer. Alle andere soorten zijn gespecialiseerd op andere groepen van geleedpotigen. De gewone soort op het Aziatisch lieveheersbeestje blijkt Hesperomyces virescens te zijn. Hij komt minder frequent ook op andere lieveheersbeestjes voor. Haelewaters & De Kesel (2017) gaan uitgebreid in op de taxonomie, biologie en verspreiding van Hesperomyces virescens. Voor nadere informatie verwijs ik naar die publicatie die ook op het Internet is te raadplegen.
Literatuur.
Cuppen, J.G.M., Heijerman, Th., Wielink, P.S. van & Loomans, A.J.M. 2004. Het lieveheersbeestje Harmonia axyridis in Nederland: een aanwinst voor onze fauna of een ongewenste indringer (Coleoptera: Coccinellidae)? Nederlandse Faunistische Mededelingen 20: 1-12.
Haelewaters, D. & . A. de Kesel. (2017). De schimmel Hesperomyces virescens, een natuurlijke vijand van lieveheersbeestjes. Entomologische Berichten, 77(3), 106 -118.
31 mei 2025. Plooirokjes, een voorjaarsverrassing
Joop Verburg
Sinds een half jaar ben ik wat aan het experimenteren met microscopisch onderzoek bij paddenstoelen. Ook in 2025 leverde dat al leuke resultaten op. Ik besteedde met name aandacht aan de Plooirokjes (geslacht Parasola) die ik tegen kwam. Deze tere paddenstoeltjes met een diep gevoorde hoed en zwarte, langzaam vervloeiende lamellen werden vroeger tot het grote geslacht van de inktzwammen (Coprinus) gerekend, maar blijken een eigen geslacht te vormen dat van andere inktzwammen verschilt in o.a. de kale hoed zonder een velum of haren en in de bovenaan schijfvormig verbrede steel.

Het was sowieso apart dat er in het voorjaar op verschillende plekken plooirokjes gevonden werden. In het Steenberger Oosterveld stonden kleine plooirokjes met een hoedje van een paar millimeter op rundermest. Dat bleek te gaan om het vrij algemene Klein mestplooirokje (Parasola misera). In april stonden op de begraafplaats in Zuidwolde ondanks de droogte in het schrale gras grotere plooirokjes, die uiteindelijk het Mestplooirokje (Parasola schroeteri) bleken te zijn. Eef Arnolds stelde dat op basis van de sporenmaten vast. De naam Mestplooirokje is enigszins misleidend omdat deze soort ook op de grond in onbemest grasland te vinden is.

Eind mei stonden op een snipperpad bij de Vlindertuin een aantal relatief forse plooirokjes na een paar regenbuien. Niet gek overigens dat plooirokjes niet zo vaak gezien worden, want ze zijn zeer vergankelijk. De volgende dag waren ze bijna allemaal weer verdwenen. Anders dan bij de andere plooirokjes bleken de sporen in alle aanzichten groot en elliptisch, dus niet afgeplat en verbreed in vooraanzicht. Ik kwam op basis van grootte en sporenmaten uit bij het Groot mestplooirokje (Parasola megasperma). Ik heb een exemplaar naar Eef Arnolds gebracht en hij bevestigde de determinatie. Ook deze soort is niet gebonden aan mest. Funga Nordica vermeldt dat dat het Groot mestplooirokje ook op de grond en op houtsnippers voorkomt. De soort is in Nederland zeer zeldzaam. Hij staat met vijf stippen op Verspreidingsatlas en op de site Waarneming.nl is het de eerste waarneming ooit.

Het is stimulerend om zo verder te gaan met paddenstoelenonderzoek. Het is altijd al een fascinerend terrein, maar met dit erbij wordt het nog leuker …

16 januari 2025. Speldenprikzwammen in het Schapenpark
Eef Arnolds & Tina Dekker
Op 16 januari kreeg ik een enthousiast mailtje van Tina Dekker: ‘Ben zo blij met mijn allereerste (grote?) speldenprikzwammen dat ik de foto’s ook doorstuur naar jullie. Ik weet niet hoe algemeen ze tegenwoordig zijn. Ik trof ze in het Schapenpark Odoorn op paardenmest.’

Speldenprikzwammen zijn opvallende, mestbewonende paddenstoeltjes met stevige, schijfvormige, grijswitte vruchtlichamen. Ze zijn bij rijpheid van boven voorzien van zwarte puntjes, de openingen van bolvormige, sporenvormende orgaantjes die binnenin het vruchtlichaam zitten. Van de zwarte puntjes is de naam Speldenprikzwam afkomstig.
In Nederland komen twee soorten voor, de Grote en de Kleine speldenprikzwam. Ze zijn met zekerheid alleen aan de sporenmaten te onderscheiden: 17-24 x 8-10 µm voor de Grote en 25-32 X 14-18 µm voor de Kleine.

In Drenthe is met zekerheid alleen de Grote speldenprikzwam aangetroffen. De Ecologische Atlas vermeldt slechts drie vindplaatsen van deze soort. Het Schapenpark bij Odoorn wordt niet genoemd. Toch is de Grote speldenprikzwam daar volgens Waarneming.nl al eerder gevonden, in 2012 en 2014. Deze waarnemingen zaten nog niet in het bestand voor de Atlas. De vondst van 2014 is microscopisch bestudeerd en dus betrouwbaar. Opvallend genoeg wordt in 2014 ook de Kleine speldenprikzwam uit het Schapenpark gemeld. Het materiaal is echter niet microscopisch gecontroleerd en dat maakt zekerheid over de determinatie onmogelijk. De vondst van Tina betreft hoogst waarschijnlijk ook de Grote speldenprikzwam.

De Grote speldenprikzwam groeit uitsluitend op strorijke paardenmest die maanden onaangeroerd in het grasland blijft liggen. Bovendien is de soort zeer gevoelig voor veel ontwormingsmiddelen die paarden worden toegediend. Het is daarom geen wonder dat de soort zo zeldzaam is en uitsluitend voorkomt in door ‘wilde’ paarden begraasde natuurgebieden. De Grote speldenprikzwam is na 2010 in Drenthe alleen gevonden in het Schapenpark en in het Fochteloërveen.
Zelfs midden in de winter kun je dus interessante paddenstoelen vinden.