Waarnemingen 2024


8 december 2024. Vulkaantjes
Joop Verburg

Al vele jaren doe ik mee met paddenstoelenonderzoek. Dat is een uitermate plezierige bezigheid waarbij je meer zintuigen moet gebruiken dan alleen je ogen. Nu speelt dat bij meer groepen organismen. Vogelaars zullen zeggen: “Wij doen ook veel met onze oren”. Nu is gehoor het enige zintuig dat je bij paddenstoelenonderzoek niet nodig hebt (behalve voor commentaar van omstanders; al dan niet gewenst). Maar kijken, voelen, proeven, ruiken en intuitie: je gebruikt ze allemaal. Er is echter een grote moeilijkheid bij paddenstoelen en dat is dat je heel vaak niet zeker bent van een determinatie in het veld. Dan is toch echt microscopisch onderzoek nodig èn vakliteratuur. Sinds kort ben ik bezig met mijn microscoop en heb ik in ieder geval een paar belangrijke boeken digitaal beschikbaar.

Brandnetelvulkaantje (Leptosphaeria acuta). (Foto Eef Arnolds)

Nu die Vulkaantjes. Menigeen heeft wel eens op dode brandnetelstengels gekeken naar de kleine zwammetjes die daarop groeien: korstjes, klokjes, schijfjes, kelkjes en kommetjes. Een van de meest voorkomende zwammetjes is het Brandnetelvulkaantje (Leptosphaeria acuta), een prachtig zwart driehoekig bergje dat zo kan uitbarsten, lijkt het. Op 8 December was ik in de buurt van het clubgebouw van onze Natuurvereniging in Zuidwolde. Wanneer er weinig paddenstoelen meer zijn, zoals nu, kun je nog altijd naar brandnetelstengels kijken. Daar zaten zwarte bergjes op, maar onder de loep kreeg ik toch argwaan omdat de bergjes stomper waren met een klein puntje bovenop, een beetje zoals van een Tepelkogeltje (Rosellinia sp.). Thuis gebeurde bij het uploaden van de foto bij waarneming.nl toch de uitkomst: 100% Brandnetelvulkaantje.

Nu hebben wij eind november bij Eef een prachtige studiedag microscopie gehad, dus ik heb thuis wat materiaal onder de microscoop gelegd. Bij de duizend maal vergroting lieten zich prachtige sporen zien van ca 30 µm lengte en voorzien van drie tussenschotjes. In onze eigen ecologische atlas stuitte ik op een mooie tekening van Bernhard de Vries van priegeltjes op brandnetels (Deel 2, p. 474). Daarin werd naast het Brandnetelvulkaantje ook het Kruidenvulkaantje (Leptosphaeria doliolum) afgebeeld. Het blijkt dat de sporen van Brandnetelvulkaantje zeven tussenschotjes hebben en van het Kruidenvulkaantje drie. Dan volgt er een uitbarsting; niet van een vulkaan of van sporen, maar van vreugde. Mijn intuïtie heeft me toch niet in de steek gelaten.


17 november 2024. Kroonknotsjes in Emmen
Boelie Boelens

1. Kroonknotsje
Wit kroonknotsje (Clavicorona taxophila) op begraafplaats in Emmen
(foto Boelie Boelens).

Boelie Boelens uit Klazienaveen stuurde een foto van twee Witte kroonknotsjes die hij vond tussen grassen en mossen bij de ingang van de begraafplaats aan de Weerdingerstraat in Emmen, in gezelschap van enkele aardtongen. Het Witte kroonknotsje is een klein maar onmiskenbaar paddenstoeltje met gladde, witte, naar de top verbrede vruchtlichamen, tot 25 mm hoog en 5 mm breed. Het is geen typische graslandsoort, zoals veel andere knotszwammen. De soort wordt  vaker gevonden op strooisel en dode twijgjes in bossen op voedselrijke grond. Ook op deze foto zijn resten van verdorde bladeren zichtbaar waarop het kroonknotsje waarschijnlijk groeit.
Het Wit kroonknotsje is in Nederland  verspreid door het hele land gevonden maar zeer zeldzaam, met twee andere vindplaatsen in Drenthe. De leefwijze van dit paddenstoeltje is nog niet opgehelderd en de oorzaken van het schaarse voorkomen zijn onduidelijk.


2 november 2024. Een groene parasolzwam in het Boekweitenveentje
Jeroen Onrust

2. 2024_11_02_Lepiota grangei_Boekweitenveentje (2)
 Groenschubbige parasolzwam (Lepiota grangei) in het Boekweitenveentje
(foto Jeroen Onrust).

Het Boekweitenveentje bij Gieten staat bekend om zijn bijzondere soorten voor Drenthe, veroorzaakt door de cementfabriek die hier ooit heeft gestaan, resulterend in basische omstandigheden in het bos. Er zijn hier ook veel soorten parasolzwammen gevonden. De Groenschubbige parasolzwam (Lepiota grangei) had ik er echter nog nooit gezien, tot dit jaar. Het is een mooie en typische parasolzwam met in het jonge stadium een donker blauwgroene hoed die geleidelijk naar oranjebruin verkleurd. De groene schubjes blijven nog lang goed zichtbaar. Opvallend was dat het op dit moment de meest algemene parasolzwam was in dit bosje met minstens vier groeiplaatsen.
De Groenschubbige parasolzwam wordt nog niet vermeld in de paddenstoelenatlas van Drenthe (Arnolds et al., 2015), maar de soort is niet nieuw voor de provincie. In de NDFF verspreidingsatlas staan al twee stippen, in het dorp Gieten en bij Huis ter Heide (https://www.verspreidingsatlas.nl/).


30 oktober 2024. Nieuw voor Drenthe: Harige satijnzwam (Entoloma hirtum)
Joop Verburg

Harige satijnzwam (Entoloma hirtum) op de begraafplaats van Zuidwolde. (Foto Joop Verburg)

Op 30 oktober 2024 ging ik met enkele anderen op paddenstoelentocht in Zuidwolde en vanzelfsprekend was de begraafplaats een belangrijk doel. Aan de rand van het nieuw ingerichte, met veel schelpzand bekalkte deel vonden we een groepje paddenstoelen waar we niet uit konden komen. Ze hadden opvallend donkere lamellen met een roze zweem en een wat harige hoed en steel. Het kwam ons zeer onbekend voor. Gelukkig was ik in die tijd begonnen met microscopiewerk, in de wetenschap dat er in november een speciale micoscopie-studiedag bij Eef in Holthe zou plaatsvinden. Ik heb dus ’s avonds opnames gemaakt van sporen en cystiden. De vreemde sporenvorm kon ik niet terugvinden in de weinige boeken die ik had. Dus het bleef een open vraag.

Na de microscopiedag van 30 november kwam ik de beelden weer tegen en heb die naar Eef Arnolds gestuurd en het antwoord van Eef was: ‘Gezien de sporenvorm is het een satijnzwam. De lange. gegolfde sporen, knotsvormige cystiden, zeer donkere lamellen en behaarde steel maken het de Harige satijnzwam (Entoloma hirtum). Het is een goed herkenbare soort, die in heel Europa zeldzaam is. De Harige satijnzwam is kalkminnend en groeit vooral in graslanden. In Nederland zijn een paar vindplaatsen bekend en hij is nieuw voor Drenthe!’

Sporen van Entoloma hirtum (Foto Joop Verburg)

De begraafplaats in Zuidwolde was al een bijzonder rijk gebied met zeer veel zeldzame (met name grasland-)paddenstoelen. Een vondst als deze maakt dat het de moeite waard om dit gebied te blijven onderzoeken.


29 oktober 2024. Verrassingen in Bankenbosch: Vertakte collybia, Glinsterende champignonparasol en Ronde truffelknotszwam
Jeroen Onrust

3. 2024_10_29_Dendrocollybia racemosa_Bankenbosch
Vertakte collybia (Dendrocollybia racemosa) in Bankenbosch
(foto Jeroen Onrust).

Ik was net begonnen aan mijn meetnetronde in het Bankenbosch bij Veenhuizen toen ik kleine witte paddenstoeltjes zag op de zwarte vruchtlichamen van een Grofplaatrussula (Russula nigricans). Dichterbij zag ik dat het om de Poederzwamgast (Asterophora lycoperdoides) ging. Ik zat gehurkt en tijdens het invoeren van de waarneming in mijn telefoon zag ik naast mijn voet kleine sprietjes omhoog staan. In een open stukje waar nog geen blad lag, groeiden Vertakte collybia’s (Dendrocollybia racemosa). Het is een klein, teer paddenstoeltje dat bestaat uit een steel met zijtakjes waarop in bolletjes conidiën (ongeslachtelijke sporen) worden gevormd. Van dichtbij heeft het wel iets weg van Zonnedauw. Slechts één van die steeltjes had een klein hoedje. De Vertakte collybia is een soort die groeit op andere paddenstoelen, voornamelijk op Grofplaatrussla, maar ook Schaapje (Lactifluus vellereus) wordt als gastheer genoemd.
De Vertakte collybia gold landelijk als zeer zeldzaam. In de Drentse paddenstoelenatlas worden slechts drie vondsten genoemd uit 2001 en 2003 (Arnolds et al., 2015). 2024 lijkt een uitzonderlijk goed jaar voor deze soort. Ons werkgroeplid Ria Ippen vond hem namelijk ook in Peize én tijdens de excursie van de PWD in het Kortewegsebos op 4 november. Ook elders in het land is hij van diverse plaatsen gemeld (https://waarneming.nl/).

4. 2024_10_29_Leucoagaricus georginae_Bankenbosch
Glinsterende champignonparasol (Leucoagaricus georginae) in Bankenbosch
(foto Jeroen Onrust).

Onder grote Dougglassparren zag ik witte paddenstoeltjes staan. Bij het plukken ontvouwde zich een bijzonder schouwspel want de tere paddenstoelen begon gelijk knalrood te verkleuren op de plekken die ik aanraakte. Na enkele seconden ging de rode kleur alweer over in bruin. Ik dacht eerst aan de Bloedende champignonparasol (Leucoagaricus badhamii), maar die heeft grotere vruchtlichamen en dus moest het wel de Glinsterende champignonparasol (L. georginae) zijn. In Drenthe is hij zeldzaam en voornamelijk gemeld uit het zuiden van de provincie. Het is een soort die zich door klimaatopwarming lijkt uit te breiden naar het noorden.

5. 2024_10_29_Elaphocordyceps capitata e_Bankenbosch
 Ronde truffelknotszwam (Elaphocordyceps capitata) in Bankenbosch
(foto Jeroen Onrust).

De Ronde truffelknotszwam is in principe een onmiskenbare paddenstoel: een lange, gele, geschubde steel met daarop een bruin rond kopje. In Bankenbosch zag ik onder beuken meerdere van deze steeltjes uit de grond steken. Er zijn echter twee sterk gelijkende soorten, die alleen microscopisch onderscheiden kunnen worden. De Grootsporige truffelknotszwam (Elaphocordyceps longisegmentis) is daarvan de meest algemene en in Drenthe volgens de Ecologische Atlas in 31 kilometerhokken waargenomen (Arnolds et al., 2015). De ‘echte’ Ronde truffelknotszwam (E. capitata sensu stricto) is in Drenthe zeldzamer en gemeld uit 5 kilometerhokken. Na controle bleken de truffelknotszwammen die ik zag de laatste soort te zijn, met kleinere, cilindrische sporen. Na het uitgraven van een exemplaar vond ik al gauw de hertentruffel waarop ze parasiteren. Dit bleek de Stekelige hertentruffel (Elaphomyces muricatus) te zijn, de soort die gewoonlijk bij loofbomen groeit.
Dit jaar is de ‘echte’ Ronde truffelknotszwam ook gevonden op de PWD-excursie in het Kortewegsbos. Daar groeide hij in een Fijnsparrenbos op de Korrelige hertentruffel (E. granulatus).

6. 2024_10_29_Elaphocordyceps capitata e_Bankenbosch (2)
Ronde truffelknotszwam (Elaphocordyceps capitata) op Stekelige hertentruffel (Elaphomyces muricatus) in Bankenbosch (foto Jeroen Onrust).

27 oktober 2024. Oliebolzwam in Boswachterij Grolloo
Jeroen Onrust

7. 2024_10_27_Rhizina inflata_Grolloo
Oliebolzwam (Rhizina inflata) in sparrenopstand in Boswachterij Grolloo
(foto Jeroen Onrust).

De Oliebolzwam (Rhizina inflata) staat bekend om op brandplekken voor te komen. De sporenkieming van deze soort wordt namelijk bevorderd door verhitting. Maar hij is ook een parasiet op wortels van naaldbomen en dus niet strikt gebonden aan brandplekken. Ik vond deze soort dan ook in Boswachterij Grolloo in een sparrenopstand zonder enig spoor van brand. In Drenthe is deze soort vaker gevonden op niet-brandplekken onder verschillende soorten naaldbomen.


25 oktober 2024. Purperrode russula op de Zuiderbegraafplaats in het Asserbos
Jeroen Onrust

8. 2024_10_25_Russula queletii_Asserbos
Purperrode russula (Russula queletii) op de Zuiderbegraafplaats in het Asserbosch
(foto Jeroen Onrust).

Voor een publieksexcursie van IVN/KNNV Assen op de Zuiderbegraafplaats in Assen liep ik samen met andere werkgroepsleden alvast een rondje om te kijken wat er zoal zou staan. In een mosrijk hoekje met fijnsparren stonden leuke soorten waaronder de Peenrode melkzwam (Lactarius deterrimus), wat indiceert dat de bodem hier wat kalkrijker is. Er stond ook één russula te pronken met een mooie paarsrode hoed, een steel in dezelfde kleur en roomwitte lamellen. De fruitige geur en scherpe smaak bevestigden mijn vermoedens dat het om de Purperrode russula (Russula queletii) ging. Het is opmerkelijk dat zo’n opvallende paddenstoel hier nooit eerder is gezien, want de Zuiderbegraafplaats is een mycologisch kroonjuweel dat dikwijls door paddenstoelenkenners wordt bezocht. Wellicht gaat het dus om een recente vestiging van deze soort.
In Drenthe heb ik de Purperrode russula één keer eerder gevonden, in 2017 langs de weg Hemeloor in Boswachterij Hooghalen. Hij stond hier onder vrijwel dezelfde omstandigheden als het exemplaar in het Asserbos, ook in het gezelschap van Peenrode melkzwammen. In 2020 vond Eef Arnolds, onafhankelijk van mij, ook de Purperrode russula langs het Hemeloor, vermoedelijk op dezelfde plek als mijn vondst. Die waarneming is uitgebreid beschreven in deze rubriek op 5 oktober 2020.
De meeste andere meldingen van de Purperrode russula in Drenthe lijken om de Duivelsbroodrussula (Russula sardonia) te gaan, die er veel op lijkt, maar al jong citroengele lamellen heeft en voornamelijk onder dennen groeit.


 24 oktober 2024. Grote kleefparasol, nieuw voor Drenthe
Joop Verburg

9. 2024-10-24, PAD, Limacella guttata, 2024-10-24, landgoed Linde, foto J. Verburg
Grote kleefparasol (Limacella guttata) in landgoed Linde
(foto Joop Verburg).

Eind oktober 2024 ben ik met de planten/paddenstoelenwerkgroep van Natuurvereniging Zuidwolde op pad geweest in Linde. Ruim 25 jaar geleden is daar op landbouwgrond een landgoed aangelegd. Op 30 hectare zijn 180.000 bomen aangeplant in groepen berken, populieren, sparren, dennen, beuken en eiken. Bovendien is er nog meer afwisseling gemaakt middels open plekken en enkele poelen met daaromheen essen, wilgen en gagel. De laatste jaren zijn er regelmatig verrassende vondsten gedaan, zoals op het gebied van varens  de Geschubde mannetjesvaren, Tongvaren, Zachte en Stijve naaldvaren en zelfs Smalle ijzervaren. Ook op het gebied van paddenstoelen zijn we de nodige verrassingen tegengekomen. Zie bijvoorbeeld een eerder bericht op deze site van 11 oktober.
Op 24 oktober vonden we een tweetal vrij grote paddenstoelen met eeen oranjeroze zweem op de bovenkant van de tot 10 cm brede hoed, vrijstaande, witte lamellen en een steel met een fraaie witte ring. Ze deden aan amanieten denken, maar de hoeden waren kaal en kleverig. In de veronderstelling dat we ze wel snel zouden kunnen determineren (en vanwege de schoonheid, ondanks de slakkenvraat) hebben we de paddenstoelen niet meegenomen. Thuisgekomen heb ik gezocht op internet en in de boeken. De paddenstoelengids van Gerhardt leverde de meest waarschijnlijke kandidaat: de Grote kleefparasol (Limacella guttata). Maar…… in Drenthe was die nog nooit gezien en ook landelijk is de soort zeer zeldzaam. De foto’s zijn naar Eef Arnolds gestuurd en die stelde vast dat het wel zeker om die soort moet gaan; nieuw dus voor Drenthe!
De Grote kleefparasol is een kenmerkende soort van bossen op voedsel- en kalkrijke grond. De hoofdverspreiding ligt daardoor in het gebied van de grote rivieren, Twente, de Achterhoek, Zuid-Limburg en een paar leemgebieden in Noord-Brabant. Voor 1990 lagen de meeste vindplaatsen in Noord- en Zuid-Holland, vooral in de duinen, maar daar is deze soort door onbekende oorzaak vrijwel verdwenen. De Grote kleefparasol staat als ernstig bedreigd op de Nederlandse Rode Lijst.


15 oktober. Bruine fluweelboleet bij Zuidwolde
Joop Verburg

10-DSC08690 Xerocomus ferrugineus
Bruine fluweelboleet (Xerocomus ferrugineus) bij Zuidwolde
(foto Joop Verburg).

Op 15 oktober 2024 keek ik rond in een van de bosgebieden rond Zuidwolde. Het was leuk om in een gebiedje te zoeken, dicht langs de N48, waar ik nog niet eerder naar paddenstoelen had gekeken. Naast de gewone soorten in bosrijk grasland en wat kleine poeltjes, waren er wat gordijnzwammen te vinden, zoals de Vaaggegordelde gordijnzwam (Cortinarius anomalus) en de Witschubbige gordijnzwam (C. hemitrichus), en altijd mooie soorten als de Okergele korrelhoed (Cystoderma amianthinum).
Vlakbij de plek waar ik de fiets had gestald, stond een vrij forse boleet. Direct viel mij op dat de hoedhuid niet het matbruine vrij gladde oppervlak van Eekhoorntjesbrood had, maar een fluweelachtige structuur. Ik heb foto’s genomen en in de fotoboeken gezocht naar de mogelijkheden. De Bruine fluweelboleet leek mij een goede kandidaat. Om na te gaan of die soort in Drenthe voorkwam heb ik onze Atlas ter hand genomen. In hoofdstuk 21c van deel II staat een beschrijving van deze soort door Rob Chrispijn. Er zijn ca 15 vindplaatsen bekend in het westelijke deel van Drenthe, vooral op potklei of lemige grond, maar niet alle waarnemingen worden als betrouwbaar beoordeeld. De boleet bij Zuidwolde stond overigens vlak langs een pad waarop lemig zand was aangebracht.
Hoewel de verschillen met de ‘echte’ Fluweelboleet (Xerocomus subtomentosus) gering zijn, wordt er toch onderscheid gemaakt tussen beide soorten omdat het vlees van de Bruine fluweelboleet na doorsnijden wit is en niet gelig. Een tweede kenmerk van die soort is de aanwezigheid van gele myceliumstrengen. Dat was natuurlijk een overduidelijke uitnodiging om terug te gaan. Het vlees was en bleef wit na aansnijden en ik heb een stuk van de aarde rond de voet omhooggewerkt en daarin waren de gele myceliumstrengen duidelijk te zien.
Het verhaal is met foto’s voorgelegd aan Eef Arnolds en hij heeft de determinatie bevestigd. Hij voegt er nog aan toe dat beide fluweelboleten nog steeds vaak verward worden. In veel, vooral oudere boeken worden als belangrijkste verschillen genoemd: een olijfkleurige hoed en een steel zonder netwerk bij de Fluweelboleet tegenover een bruine hoed en een steel met een grofmazig netwerk bij de Bruine fluweelboleet. Het is gebleken dat deze kenmerken onbetrouwbaar zijn. Men moet dus letten op de kleur van het vlees en de myceliumstrengen. Daarnaast is er mogelijk een ecologisch verschil: de Fluweelboleet wordt vooral gemeld van voedselarme zandgrond, de Bruine fluweelboleet van rijkere, lemige of kleiïge gronden.11. Xerocomus ferrugineus 12. -DSC08688 Xerocomus ferrugineusBruine fluweelboleet (Xerocomus ferrugineus) bij Zuidwolde: doorsnede van vruchtlichaam (links) en gele myceliumstrengen aan steelbasis (rechts)
(foto’s Joop Verburg).


 13 oktober 2024. Zwammen in de moestuin
Eef Arnolds

13. PAD, Lepiota aspera, Spitsschubbige parasolzwam, 2024-10-22, Holthe 21, tussen prei in moestuin-1
Spitsschubbige parasolzwammen (Lepiota aspera) tussen de winterprei in moestuin in Schepping (foto Eef Arnolds).

Er stonden deze herfst opvallend veel paddenstoelen in mijn moestuin. Ik heb geen idee hoe dat komt. Het weer was niet bijster gunstig en een moestuin is niet direct een habitat waar je veel paddenstoelen verwacht vanwege de zeer voedselrijke bodem en regelmatige bodembewerking die de ontwikkeling van mycelia verstoort. Zoals ieder jaar heb ik ook mijn moestuin in maart omgespit, waarbij overjarige, strorijke schapenmest is ondergewerkt. Wellicht draagt het relatief grote aandeel van vezelige plantenresten bij aan de ontwikkeling van de mycoflora.
De meest opvallende soort in mijn moestuin was ongetwijfeld de Spitsschubbige parasolzwam (Lepiota aspera). Van begin september tot half november verschenen er tientallen exemplaren van deze mooie, grote paddenstoel tussen de groenten. In het bed met prei leek het wel of ze om en om met de preiplanten waren gepoot. De Spitsschubbige parasolzwam is een karakteristieke soort van zeer voedselrijke, min of meer verstoorde grond. Hij groeit bijvoorbeeld ook in stadsparken, rommelbosjes, op composthopen en hopen gedumpte bladeren en gras. In Drenthe is deze paddenstoel lang niet zo algemeen als in het westen van het land. De Ecologische Atlas vermeldt slechts 14 vindplaatsen in de provincie (Arnolds et al., 2015).

14. PAD, Melanoleuca politoinaequalipes, Olijfbruine veldridderzwam, 2024-10-11, Holthe 21, moestuin op rijke grond-1
15. PAD, Melanoleuca politoinaequalipes, Olijfbruine veldridderzwam, 2024-10-11, Holthe 21, moestuin op rijke grond-3
Olijfbruine veldridderzwam (M. politoinaequalipes) in moestuin in Schepping
(foto Eef Arnolds).

Gedurende dezelfde periode kwamen verspreid door de moestuin telkens veldridderzwammen tevoorschijn. Sommige vruchtlichamen hadden een donkerbruine hoed, witte lamellen en een bruine steel met onderin zwartbruin vlees, kenmerkend voor de Zwartwitte veldridderzwam (Melanoleuca polioleuca). Dat is een algemene soort van voedselrijke wegranden en ruige graslanden. De meeste vruchtlichamen weken echter daarvan af door de olijfbruine hoed. De lamellen waren beige tot bleek olijfbruin en het steelvlees was over de hele lengte bleek gekleurd. Met Flora agaricina Neerlandica deel 4 kwam ik uit op de Olijfbruine veldridderzwam (M. politoinaequalipes). Deze soort is ook microscopisch goed van de Zwartwitte veldridderzwam te onderscheiden door de slanke, gesepteerde cystiden op de lamellen. Het is een zeer zeldzame paddenstoel die volgens genoemde flora bekend is van gazons en een tulpenbed. Die laatste habitat vertoont enige gelijkenis met een intensief bewerkte tuin. Uit Drenthe was maar één vondst bekend nabij Coevorden (2009).

16. PAD, Agaricus pseudoumbrella, Fijngeschubde anijschampignon, 2024-10-11, Holthe 21, onder sleedoorn op rijke grond-1
17. PAD, Agaricus pseudoumbrella, Fijngeschubde anijschampignon, 2024-10-11, Holthe 21, onder sleedoorn op rijke grond-3
Fijnschubbige anijschampignon (Agaricus pseudoumbrella) in Schepping
(foto’s Eef Arnolds).

Aan de rand van de moestuin, nabij een bosrand met Sleedoorn en Hondsroos, is midden oktober ook een middelgrote, witte champignon verschenen. De zwakke geelverkleuring van de hoed, de mooie, hangende ring aan de steel en een aangename, anijsachtige geur wezen op het groepje soorten rond de Gewone anijschampignon (Agaricus arvensis sensu lato). De vruchtlichamen waren echter erg klein voor die soort en deden me denken aan de Fijnschubbige anijschampignon (A. pseudoumbrella) die ik één keer had gevonden, bij Kerkenveld in 2009. Voor een zekere determinatie is het meten van de sporen onontbeerlijk. Ze maten 6-7,5 x 4-5 µm en dat bevestigde mijn vermoeden. De Gewone anijschampignon heeft grotere sporen van 7-9,5 x 5-6,5 µm.
De Fijnschubbige anijschampignon geldt in Nederland als een grote zeldzaamheid, met slechts drie stippen in de verspreidingsatlas (https://www.verspreidingsatlas.nl/), maar mogelijk wordt de soort vaak niet herkend. Want wie controleert elke anijschampignon met de microscoop?


11 oktober 2024. Kleurige gordijnen onder wilgen
Joop Verburg

18. Cortinarius uliginosus, koperrode gordijnzwam, 2024-10-11, Linde, foto Joop Verburg-1
Koperrode gordijnzwam (Cortinarius uliginosus) in wilgenstruweel in landgoed Linde (foto Joop Verburg).

Joop Verburg stuurde mij foto’s van twee opvallende gordijnzwammen die hij allebei in grote hoeveelheden had aangetroffen in een goed ontwikkeld wilgenstruweel in landgoed Linde ten zuiden van Hoogeveen. Een soort met de oranjerode hoed en rode velumresten op de steel was hem bekend: de Koperrode gordijnzwam (Cortinarius uliginosus), een vrij algemene soort die in oudere wilgenstruwelen van enige omvang zelden ontbreekt. De foto laat goed zien welke hoge dichtheden deze paddenstoel in een beschikte habitat kan bereiken. Net als alle andere gordijnzwammen vormt hij mycorrhiza met bomen, in dit geval uitsluitend met diverse wilgen.

19. Cortinarius cinnamomeoluteus, Gele wilgengordijnzwam, 2024-10-11, Linde, foto Joop Verburg-1
Gele wilgengordijnzwam (Cortinarius cinnamomeoluteus) in wilgenstruweel in landgoed Linde (foto Joop Verburg).

De andere soort deed in schoonheid niet voor de Koperrode gordijnzwam onder. De vruchtlichamen waren in alle onderdelen heldergeel gekleurd, maar deze paddenstoel kon hij niet met zekerheid determineren. Het gaat hier om de Gele wilgengordijnzwam (Cortinarius cinnamomeoluteus), eveneens een obligate wilgenbegeleider, maar hij is minder algemeen dan de Koperrode gordijnzwam. De Gele wilgengordijnzwam is ook veel minder bekend omdat hij in de meeste populaire paddenstoelenboeken niet wordt behandeld. Hij ontbreekt bijvoorbeeld in de Veldgids Paddenstoelen van Dam & Kuyper (2013).
Binnen Nederland heeft de Gele wilgengordijnzwam een duidelijk zwaartepunt in Drenthe (https://www.verspreidingsatlas.nl/0038190). Vermoedelijk is dit vooral te danken aan een waarnemerseffect omdat de soort hier vaker wordt herkend dan elders in het land.


9 oktober 2024. Een witte hertenzwam met problemen
Hendrica Vooijs

20. Pluteus cervinus var. albus
Witte variant van de Gewone hertenzwam (Pluteus cervinus var. albus) in het Kleuvenveen (foto Hendrica Vooijs).

Op 9 oktober vond Hendrica Vooijs in het befaamde sparrenbos van het Kleuvenveen een groepje hertenzwammen met een spierwitte hoed en steel, maar wel met de gebruikelijke roze lamellen. Geen wonder dat ze deze paddenstoelen determineerde als de Sneeuwwitte hertenzwam (Pluteus pellitus), de enige inlandse soort met witte vruchtlichamen die in de populaire literatuur wordt vermeld. Toen ze de vondst via Waarneming.nl wilde invoeren, kon ze de Sneeuwwitte hertenzwam  daar echter niet vinden. Vandaar dat ze mij om raad vroeg.
De Sneeuwwitte hertenzwam heeft vrij kleine, tengere, geurloze vruchtlichamen. De  foto’s van Hendrica laten echter een tamelijk forse paddenstoel zien met een hoed van vijf tot zes centimeter en bij kneuzen had hij een radijsgeur. Op grond van deze kenmerken gaat het hier om de witte variëteit van de Gewone hertenzwam (Pluteus cervinus var. albus). Gewoonlijk is de hoed van die soort licht- tot donkerbruin, maar nu en dan worden zuiverwitte vruchtlichamen aangetroffen. De Drentse Atlas vermeldt van deze variëteit twee vondsten. Waarschijnlijk gaat het niet om een ‘goed’ taxon, maar om een albino, waarbij pigment ontbreekt. Zulke pigmentloze varianten komen bij tal van paddenstoelen, planten en dieren nu en dan voor, ook bij mensen. Er wordt in de systematiek geen speciale betekenis aan toegekend.
Het tweede probleem voor Hendrica was dus het ontbreken van de naam ‘Sneeuwwitte hertenzwam’ op Waarneming.nl, waardoor ze haar vondst niet kon invoeren. Het blijkt dat de soort met de wetenschappelijke naam Pluteus pellitus op die site nog steeds wordt erkend, maar dat de Nederlandse naam op Waarneming.nl gewijzigd is in ‘Kameleonhertenzwam’. Wat een wit paddenstoeltje met een kameleon te maken heeft, is een raadsel. In het gezaghebbende Nederlandse Soortenregister (https://www.nederlandsesoorten.nl/) en in de Verspreidingsatlas van de NDFF wordt nog steeds de toepasselijke naam ‘Sneeuwwitte hertenzwam’ gebruikt (https://www.verspreidingsatlas.nl/). Dat dit voor verwarring zorgt, is overduidelijk. Naar de oorzaak kunnen we slechts gissen.


8 oktober 2024. De Grijze schijnboleet is toch niet uitgestorven!
Rob Chrispijn

Meetnetplek met steenslagpad
Het paddenstoelenmeetpunt langs de eikenlaan tussen Vledder en Frederiksoord met steenslagpad (foto Rob Chrispijn).

Tussen Vledder en Frederiksoord ligt een meetpunt van het Paddenstoelenmeetnet dat ik al 24 jaar volg. Het bestaat uit een driedubbele rij eiken, waarvan twee rijen met Amerikaanse eik, en kent een kortgrazige, mosrijke begroeiing dankzij een gunstig beheer, waarbij niet alleen het maaisel wordt afgevoerd maar ook de enorme hoeveelheid blad dat in november naar beneden komt. Ooit werd het als meetnet gekozen door de aanwezigheid van de Kleine trompetzwam (Pseudocraterellus undulatus) in het talud van een ondiepe greppel. Andere opmerkelijke soorten waren onder meer de prachtige Eikenboleet (Leccinum quercinum) die hier vijftien jaar ieder jaar aanwezig was, de aangenaam geurende Amandelrussula (Russula grata) en de meest bijzondere van allemaal: de Geelbruine knobbelspoorvezelkop (Inocybe undulataspora), die hier twee achtereenvolgende jaren heeft gestaan en daarna voorgoed verdween. Jammer, want het was de enige vindplaats in ons land.
De laatste tien jaar had ik soms de indruk dat deze laan qua paddenstoelen zijn beste tijd had gehad.  Een gevoel dat ook elders leefde en mogelijk aanleiding was om de opzet van het Meetnet te veranderen: voortaan telde niet alleen het meetpunt zelf mee, maar ook de overige soorten die in dit kilometerhok gevonden werd. Ik vond dit zo stompzinnig dat ik daarna geen tellingen meer heb doorgegeven. Wél ben ik doorgegaan met deze eikenlaan minimaal twee keer in het seizoen te bezoeken. Op 8 oktober 2024 leidde dit tot een bijzondere vondst van een soort waarvan ik nooit had gedacht dat ik die nog eens in Nederland zou zien. Ik heb het over de ernstig bedreigde Grijze schijnboleet (Boletopsis leucomelaena). Aan de onderzijde heeft deze soort heel fijne poriën, vandaar de naam. Deze stevige paddenstoel is echter niet verwant aan de zachtvlezige boleten, maar aan de schubstekelzwammen van het geslacht Sarcodon. Ook wat betreft habitatkeuze en gevoeligheid voor stikstof hoort de Grijze schijnboleet thuis in de groep van de stekelzwammen: ze delen eenzelfde voorkeur voor schrale, voedselarme eikenbermen. Hoewel ik de Grijze schijnboleet slechts een of twee keer in Zweden had gezien, herkende ik hem meteen en kon een kreet van verbazing niet onderdrukken. Een passerende dame op leeftijd die haar hondje uitliet moest ervan glimlachen. Dat deed ik toen ook maar.

Boletopsis leucomelaena
Grijze schijnboleet
Grijze schijnboleet (Boletopsis leucomelaena) van de zijkant (boven) en van onderen (onder)  (foto Rob Chrispijn).

De Grijze schijnboleet was in ons land nooit algemeen, maar de laatste decennia is hij alleen nog maar verder achteruitgegaan. Vóór 1990 was deze soort bekend van acht atlasblokken, vanaf 1990 tot nu – een periode waarin veel intensiever naar paddenstoelen is gekeken – is hij slechts in vijf atlasblokken waargenomen. In Drenthe is hij slechts één keer eerder gevonden, in 1988 door Peter-Jan Keizer in een schrale eikenberm langs het Oranjekanaal bij Zwiggelte. Door verwaarlozing van het beheer is deze berm nu verruigd en geheel ongeschikt geworden voor deze paddenstoel.
Voor mij bewijst deze vondst dat de laan tussen Vledder en Frederiksoord nog steeds voor verrassingen kan zorgen en zeker nog niet hoeft te worden afgeschreven. Dit ondanks de kap van eiken die via wondplekken aan de voet zijn aangetast door de Harslakzwam (Ganoderma resinaceum). De groenafdeling van de Gemeente Westerveld neemt geen enkel risico en hakt om wat aangetast is. Daarmee ontnemen ze op zich gezonde eiken de kans om te herstellen van hun door een maaimachine aangebrachte verwondingen. Soms zijn bomen zo sterk dat het ze lukt om een parasiet als de Waslakzwam in te kapselen waardoor de zwam sterft uit voedselgebrek. Het resultaat van het in mijn ogen te vroeg kappen, is dat de laan gaten begint te vertonen. Dat heeft niet verhinderd dat er in november een voor dit gebied nieuwe stekelzwam is bijgekomen, namelijk de bedreigde Tengere stekelzwam (Phellodon melaleucus). Met de al langer aanwezige Gezoneerde stekelzwam (Hydnellum concrescens) en de Fluwelige stekelzwam (H. spongiosipes), plus de hier besproken Grijze schijnboleet, groeien er in deze laan nu vier stekelzwamachtigen!


4 oktober 2024. Scherpe stekelzwam op landgoed Vennebroek
Jeroen Onrust

24. 2024_10_4_Hydnellum compactum_Vennebroek
Scherpe stekelzwam (Hydnellum compactum) in Vennebroek
(foto Jeroen Onrust).

Landgoed Vennebroek ligt ten noorden van Paterswolde en herbergt de fameuze Friesche Laan. Deze laan bestaat uit eiken en beuken en is verhard met kalkhoudende rode steenslag. Door uitspoeling zijn de zeer voedselarme bermen langs deze weg plaatselijke zwak zuur tot basisch geworden. Door de steile slootkanten blijft er nauwelijks strooisel liggen en dit creëert ideale omstandigheden voor stekelzwammen. Ik was er niet eens speciaal op aan het letten en op een gegeven moment dacht ik een beschimmelde hondendrol te zien: donkerbruin met witte schimmel er al op. Maar door beter te kijken zag ik dat het geval stekeltjes had en het bleek dus een oud vruchtlichaam te zijn van een stekelzwam. Gelukkig vond ik nog een iets verser exemplaar en kon ik zien dat het om de Scherpe stekelzwam ging (Hydnellum compactum). Op deze plek werd in 1987 een grote groeiplaats ontdekt nadat verondersteld werd dat deze soort uit Nederland verdwenen was. Sindsdien wordt hij daar vrijwel jaarlijks gevonden en zijn er ook elders in Nederland nieuwe groeiplaatsen gevonden.
Zoals vaker bij stekelzwammen, stonden er meerdere soorten vlak bij elkaar. Naast de Scherpe stekelzwam stonden er ook Blauwvoetstekelzwammen (Sarcodon scabrosus) en mooie Avondroodstekelzwammen (S. joeides).


2 oktober 2024. Violetsteelgordijnzwam in het Sleenerzand
Hendrica Vooijs

25. Gordijnzwam onbekend (6) sleenerzand
Violetsteelgordijnzwam (Cortinarius evernius) in Boswachterij Sleenerzand
(foto Hendrica Vooijs).

Van Hendrica Vooijs ontving ik bovenstaande foto’s van een opvallende paddenstoel die ze begin oktober heeft aangetroffen in het Sleenerzand. Ze had hem gedetermineerd als de Violetsteelgordijnzwam (Cortinarius evernius) maar omdat dit in Nederland een erg zeldzame en bedreigde soort is, twijfelde ze aan die naam en vroeg ze om mijn mening. Haar determinatie is mijns inziens correct.
De Violetsteelgordijnzwam heeft een de purper- tot roodbruine hoed met een brede umbo, vrij ver uiteenstaande, purperbruine lamellen en een violette steel met witte velumgordels. Een belangrijk verschil met verwante soorten, zoals de Kaarslichtzwam (Cortinarius tortuosus), is de naar onderen toegespitste steel met over de hele lengte violet vlees.
In Scandinavië is de Violetsteelgordijnzwam een zeer algemene paddenstoel in vochtige sparrenbossen, maar in Nederland was de soort tot voor kort erg zeldzaam. De laatste jaren wordt hij echter wat vaker gevonden, onder meer tijdens PWD-excursies in Boswachterij Gees (2021) en landgoed Mensinge (2023). Het zwaartepunt van de Nederlandse verspreiding ligt in Drenthe. Het is een van de vele gordijnzwammen die zich recent in Nederland hebben gevestigd in de steeds ouder en natuurlijker wordende sparrenbossen, maar de massale sterfte van Fijnspar als gevolg van aantasting door de Letterzetter kan voor verdere uitbreiding roet in het eten gooien. In het Sleenerzand groeide de soort overigens niet onder Fijnspar maar onder Westelijke hemlockspar, te herkennen aan de korte, platte naalden en de kleine kegels, die zichtbaar op de foto. Die boom is ingevoerd uit Noord-Amerika en hier en daar in bossen aangeplant.
Op de verspreidingskaart van de Violetsteelgordijnzwam in Nederland zijn ook diverse vindplaatsen in loofbossen op voedselrijke grond in de duinen en het rivierengebied te zien (https://www.verspreidingsatlas.nl/). Deze opgaven hebben ongetwijfeld betrekking op andere soorten.

26. Gordijnzwam onbekend (10) sleenerzand
Violetsteelgordijnzwam (Cortinarius evernius), doorsnede (foto Hendrica Vooijs).